Terug naar overzicht

Werkplekinrichting? Inzicht in het onbewuste brein kan helpen!

Vastgoedjournaal, 09 juli 2019

Wist je dat maar liefst 95% van onze beslissingen wordt bepaald door ons onbewuste brein? In huisvestingsconcepten wordt hier nog maar weinig rekening mee gehouden. Dat is jammer, want als je weet door welke factoren de beleving van een gebouw of ruimte wordt bepaald, dan kun je daar op inspelen. Vastgoedjournaal sprak hierover met Anna Casemier en Puck Wilbers, managing partners van neuromarketingbureau Consumatics.

Anna Casemier: ‘Met neuromarketing kruip je in de huid van de consument en probeer je onbewust gedrag te begrijpen, zodat je met deze inzichten dit gedrag kunt beïnvloeden. Daarbij gaat het niet om wat consumenten vinden of zeggen, maar om wat ze waarderen en waarbij ze zich prettig voelen.’

Prikkel de zintuigen

Ons onbewuste brein wordt onder meer geprikkeld door de zintuigen. Dit is een belangrijke pijler in ‘return on guestment’, waarbij het prikkelen van de zintuigen een van de dingen is die de gastvrijheidsbeleving versterken. Puck Wilbers: ‘Een mooi voorbeeld is het plaatsen van planten in kantoorruimtes. Onderzoek bevestigt dat planten de zintuigen zodanig prikkelen dat medewerkers zich meer tevreden voelen, de luchtkwaliteit als beter ervaren en geconcentreerder kunnen werken. Daarnaast presteren zij beter dan medewerkers in een kantoor zonder planten en ervaren zij minder stress. Het effect houdt zelfs aan over langere termijn. Uit ander onderzoek blijkt dat werknemers minder nerveus en angstig zijn als zij werken in een ruimte met een raam met uitzicht op natuur.’

Virtual reality

Voor betere resultaten en een hoger gevoel van welzijn is het ook belangrijk dat er een fit is tussen kantoorinrichting en werkpatroon. Dat betekent dat er niet één universeel kantoorconcept is dat voor iedereen goed werkt. Anna Casemier: ‘Met virtual reality doen wij onderzoek naar wat past bij de doelgroep en het werkpatroon. In dit onderzoek wordt de concept kantooromgeving in 360 graden gefilmd, waarbij we diverse onderzoeksvariabelen aanbrengen, zoals kleur, indeling, branding, muziek, meubels, planten en verlichting. Met een wetenschappelijk onderbouwde vragenlijst maken we het effect van deze variabelen inzichtelijk.’

Het beste naar boven halen

Puck Wilbers geeft aan dat mate van productiviteit van medewerkers wordt beïnvloed door de werkomgeving. In een experiment is het effect van de volgende vier werkomgevingen onderzocht: lean (alleen de nodige dingen zijn aanwezig in de ruimte), enriched (de ruimte is verrijkt met bijvoorbeeld planten en/of kunst), empowered (mensen hebben de mogelijkheid om zelf de ruimte in te richten) en disempowered (persoonlijke inrichting is niet toegestaan). Medewerkers in de 'enriched' omgeving blijken 15% productiever te zijn dan de mensen in de 'lean' omgeving en hebben bovendien minder gezondheidsgerelateerde omgevingsklachten. Het welzijn en de productiviteit stijgt met zelfs 30% in de 'empowered' omgeving. Anna Casemier: ‘Mensen komen naar kantoor om te overleggen, samen te werken en elkaar te inspireren. Als je dit positief kunt beïnvloeden met aandacht voor de omgeving, dan biedt dat geweldige kansen.’

Onze aanpak

Ons team van onderzoekers, gedragsdeskundigen en marketeers is dagelijks bezig met onderzoeken naar onbewust gedrag.  Met experimenten, VR onderzoek, observaties en andere innovatieve methoden krijgen we inzicht in behoeftes en drijfveren van mensen. Zo komen we tot een concept wat past bij de doelgroep en de organisatie. Uiteindelijk gaat het erom dat je de omgeving zo inricht dat je het beste in mensen naar boven haalt. De inzichten in ons onbewuste brein zijn daarbij een waardevol handvat.

Literatuur

Chang, C.-Y., & Chen, P.-K. (2005). Human responses to window views and indoor plants in the workplace. HortScience, 40, 1354–1359.

Knight, C., & Haslam, S. A. (2010). The relative merits of lean, enriched, and empowered offices: An experimental examination of the impact of workspace management. Journal of Experimental Psychology: Applied, 16, 158–172.